Menu

Eerste martelaren

€ 15,95
Voor 16:00 u. besteld, morgen in huis
Alle levertijden weten?
Gratis verzending vanaf 35 euro Onder de 35 euro 3,50 euro verzendkosten. Altijd achteraf betalen Factuur meegestuurd in pakket of per mail. Vakkundig telefonisch advies 0342 - 41 69 86
  • P. de Zeeuw
  • Pagina's/nrs.: 135
  • Bestel nr: 9789461150981

Jan de Bakker, zoon van de koster te Woerden, krijgt op de Hiëronymusschool les van Hinne Rode. Hierdoor leert hij de dwalingen van de Rooms-Katholieke Kerk kennen. Hij wordt pastoor te Jacobswoude. Als hij weigert de mis op te dragen en trouwt, wil men hem gevangennemen. Daarom vlucht hij naar Wittenberg.

Een klein jaar later, op 10 mei 1525, wordt hij op bevel van de landvoogdes Margaretha van Oostenrijk gevangen gezet en op 11 september 1525 tot de brandstapel veroordeeld.

Wendelmoet van Monnickendam komt dankzij een marskramer in aanraking met de geschriften van Luther. Die kennismaking leidt tot haar bekering. Het Hof van Holland probeert haar tevergeefs door neef Roelof Jans over te halen om haar nieuwe overtuiging te herroepen. Ze geven haar nog uitstel van executie en sluiten haar op in een vunzige kerker in het Kasteel van Woerden.

Maar Wendelmoet Claesdochter blijft standvastig. Zij wordt een van de eerste vrouwelijke martelaren die onder het bewind van keizer Karel V ter dood gebracht zijn.

 

Dit boek bevat een indrukwekkende beschrijving van de eerste martelaren uit onze vaderlandse geschiedenis en is een aanrader in de Historische Serie voor jong en oud.

1. Een flinke jongen

Jan Dirksz is niet tevreden over zichzelf. Hij had het niet zo heel ver gebracht in de wereld. Als hij langer gestudeerd had, zou hij veel verder gekomen zijn. Vaak dacht hij aan Erasmus, de grote geleerde, die in Europa als humanist.

Erasmus was een schoolvriend geweest van Jan Dirksz In Gouda hadden ze naast elkaar op school gezeten en allebei flink hun best gedaan. De grote geleerde heette toen nog Gerrit Gerritsz. en zijn moeder was maar een eenvoudige vrouw die de was deed voor anderen.

Toen Gerrit Gerritsz – de latere Erasmus – in Deventer naar school ging, waar de geestelijken hem lesgaven, was Jan Dirksz in Gouda achtergebleven en was hij algauw van school gegaan. Met studeren was het vlug afgelopen. Hun wegen waren voorgoed gescheiden.

 

En terwijl Gerrit Gerritsz een grote geleerde werd, mocht Jan Dirksz blij zijn, dat hij koster kon worden in Woerden. Al levert dat baantje hem niet genoeg op om van te leven. Hij moet er nog van alles bijdoen. Jan moet ’s zondags de torenklok luiden en als er aan de Woerdense dijk herstelwerkzaamheden nodig zijn, gaat Jan Dirksz er als een van de eersten op af om daar te graven en de dijk op te hogen. Ook is hij vaak druk bezig om in een kruiwagen stenen te vervoeren voor de verharding van de weg, het zogenaamde ‘steenrijden’.

Jan is dus allesbehalve een belangrijk man. Maar het is nu eenmaal zo gegaan. Door hard en trouw te werken verdient hij de kost voor zijn gezin.

De oudste zoon van de Woerdense koster heet ook Jan. De koster had hem Dirk wil­len noemen, naar zijn vader, maar moeder wilde beslist dat hun zoon naar haar man vernoemd zou worden. Zodoende gaat hun kind met de naam ‘Jan’ door het leven. Jan Jansz. is een flinke jongen. Hij groeit als kool. Bij het ouder worden blijkt, dat hij een helder ver­stand heeft gekregen. Vader en moeder zijn het er dan ook snel over eens welk beroep hun oudste zoon moet kiezen.

‘Voor koster zijn mensen genoeg te vinden’, vindt de kosters­vrouw.

‘En stenen vervoeren voor de bestrating kan ook iedereen’, voegt haar man eraan toe, ‘maar priester zijn, geestelijke, dat is lang niet voor iedereen weggelegd. Ik heb vroeger altijd gehoopt dat ik zelf dat ambt zou krijgen, maar die wens is nooit uitgekomen. Ik wil dat onze Jan voor priester gaat leren. Hij heeft een goed verstand. Volgens mij zal het hem niet veel moeite kosten om geestelijke te worden.

Maar studeren kost veel geld. Ook als we uiterst zuinig gaan leven, dan nog zal ik zijn studiekosten in mijn eentje nooit op kunnen brengen. Daarom moet onze Jan zelf een handje meehelpen.’

Koster Jan roept zijn zoon erbij en zegt: ‘Jan, ik wil dat je gaat studeren.’

‘Vader, dat is prima.’

‘Maar jongen, dat kost veel geld. Wil je mij meehelpen om samen de studiekosten te kunnen bekostigen?’

‘Dat wil ik wel. Ik houd veel van studeren, maar priester worden, o nee, daarvan moet ik niets hebben.’

Dat komt wel in orde, denkt de koster, als de jongen eerst maar op de universiteit van Utrecht zit.

 

Inderdaad gaat het in Utrecht prima met Jan Jansz. Hij gaat naar de kapittelschool. Daar leert hij Latijn. Als het goed blijft gaan, zal hij later naar de universiteit mogen gaan om daar voor priester te leren.

In de Domkerk wordt hij koorknaap. Algauw zingt hij als een lijster mee in het Utrechtse domkoor. Hij is dan nog maar twaalf jaar oud.

Drie jaar lang gaat dit goed. Dan is het uit met de pret, want de stem van Jan begint te veranderen. Zijn vrienden hebben er telkens moeite mee om onder het zingen hun lachen in te houden, zó erg bromt de stem van Jan van Woerden.

Jan zelf doet wat hij kan om het brommen tegen te gaan, maar dat helpt weinig. Al snel krijgt de priester ook in de gaten dat de zangkunst van Jan achteruit gaat. Hij is een goed man en vindt het vervelend iemand verdrietig te maken.

‘Het spijt mij werkelijk, Jan’, zegt hij, ‘maar ik kan je niet langer in mijn koor gebruiken, jongen. Je hebt altijd flink je best ge­daan en mooi gezongen, maar nu zou je door jouw bromstem het hele koor bederven. Dat mag niet; dat begrijp je zelf ook wel.’

Ja, Jan begrijpt het uitstekend, maar hij vindt het wel erg jammer dat hij het koor moet verlaten. Waar moet hij nu naartoe? Weer naar Woerden, naar vader Jan, om de Woerdense kerk aan te vegen?

 


Humanist denkt dat je een goed leven kunt leiden zonder een beroep te doen op God, ervan uitgaande dat ieder mens vrij, waardevol en gelijkwaardig is en dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor zijn leven


€ 15,95