Menu

Jan van Noord

1. Kunt u in het kort iets over uzelf vertellen?
Ik ben geboren op 8 januari 1963. Mijn jeugd heb ik doorgebracht in Hendrik Ido Ambacht. Na de HTS weg- en waterbouw ben ik in militaire dienst geweest bij de cavalerie. Daarna ben ik bij een waterschap gaan werken. Daar ben ik senior projectleider. Met een team van specialisten bouwen we stuwen en gemalen en leggen we dijken aan.
Sinds een jaar of vijftien woon ik op de Veluwe, in Barneveld. We hebben zes kinderen: drie jongens en drie meisjes.
Ik heb een hoop hobby's; van bijen houden tot m'n huis verbouwen. Verder hebben we om de deur allerlei dieren en een moestuin. Ook teken en schilder ik graag.
O ja, en boeken lezen! Over heel veel onderwerpen. Over al die hobby's en ook over (kerk)geschiedenis.

2. Hoe bent u tot het schrijven van boeken gekomen?
Ik had nog nooit aan boeken gedacht. Het hoogste cijfer dat ik op school voor een opstel heb gehaald is misschien een mager zeventje geweest. Nee, dat is één van de weinige dingen war ik nooit mijn hobby van heb gemaakt.
Tótdat ons oudste meisje een jaar of drie was. Toen merkte ik dat ik verhaaltjes vertellen erg leuk vond. Als je een boekje voor de vijfde keer hebt voorgelezen begin je het saai te vinden. Dan begon ik eromheen te fantaseren. De kleine meid vond het prachtig!
In die tijd kwam ik na jaren ook weer eens in de bibliotheek. Ik schrok van alle spook- en griezelverhalen die er op de markt zijn. Ze ademen een sfeer van magie en occultisme. Toen ik dat tegen mijn vrouw vertelde zei ze: "Joh, je moet zelf een verhaal gaan schrijven, dat kun je best."
Ik heb toen een opzetje gemaakt en drie hoofdstukken geschreven. Daarna is het verhaal een jaar of drie blijven liggen. Totdat er een kerstvakantie kwam waarin ik weinig te doen had. Toen heb ik de draad weer opgepakt en het in één keer afgeschreven. Ik heb het manuscript naar uitgeverij Koster gebracht en die zag er wel wat in.

3. Hoe lang doet u over het schrijven van een boek?
Het verhaal bedenken is niet zo'n klus. Ik pak een stuk papier en bedenk hoofdpersonen. Daarna zet ik een globale verhaallijn op. Wie komen er in het boek voor? Waar gebeurt het? En, héél belangrijk: wat is de strekking, de boodschap van het boek en wat leer je ervan?
Lezen kost veel tijd. Het is belangrijk dat die tijd zinvol wordt doorgebracht. Dus moet het een goed boek zijn.
Dat zet ik allemaal op een groot stuk papier en dan ga ik die gegevens groeperen naar hoofdstukken. Daarmee is mijn schets af. Dat is maar een paar uur werk.
Maar dán...! Dan komt het saaiere werk. Ik ga achter mijn computer zitten en maak een hoofdstukindeling. Per hoofdstuk geef ik in punten aan wat er moet gebeuren. Daarna ga ik hoofdstuk na hoofdstuk invullen en dat is een hele klus. Ik doe twee avonden over één hoofdstuk. De eerste avond rammel ik het snel in mijn computer en de volgende avond kijk ik het nog een keer na. Dan zet ik ook komma's en punten op hun plaats, en haal er de fouten uit. Gemiddeld schrijf ik één bladzijde per uur, dus dan kun je wel uitrekenen dat er heel wat avondjes in gaan zitten voordat een boek af is.

4. Wat vind u het moeilijkst als u een boek schrijft?
Hoe schrijf ik een zinvol en verantwoord boek? Dát vind ik moeilijk. Kijk, vooral voor kinderen moet een boek spannend zijn, want anders leggen ze het weg. Maar naast spanning vind ik het ook belangrijk dat je er wat van leert. En, nóg belangrijker: een boek moet een boodschap hebben! Hoe zorg je ervoor dat deze drie dingen aan bod komen? Alleen een spannend boek schrijven heeft wat mij betreft geen meerwaarde. Spannende boeken zijn er genoeg en die zorgen alleen voor verstrooiing.
Naast de spanning in een boek wil ik ook een boodschap doorgeven en er leerzame aspecten in verwerken. Het is steeds weer een hele opgave om daarvan een verantwoorde mix te maken.

5. Krijgt u reacties van het lezerspubliek?
Jazeker! Daar ben ik heel blij mee. Allereerst van mijn kinderen. Als ik het boek heb geprint lezen mijn oudste dochter en zoon, Henrieke en Jan Willem, het door en schrijven in de kantlijn hun opmerkingen. Zo van: "Dit moet spannender" en: "Dit is kletskoek" of: "Dit is heel goed. Zo moet je het laten!"
Van lezers krijg ik ook veel vragen. Er zijn verschillenden die een boekbespreking over Ontvoering van Kromholt hebben gehouden.
En mijn collega's, niet te vergeten. De Dijkgraaf van het Waterschap heeft over het eerste boek een recensie in ons personeelsblad geschreven.

6. Komen er nog meer boeken over Kromholt?
Ik heb nog ideeën genoeg. Voor het derde deel ligt al een schets gereed. Mijn boeken spelen rond het jaar 1285. Dat was een spannende tijd waarin veel gebeurde. Geschiedenis saai? Natuurlijk niet! De tijd om alles uit te werken, dat is een probleem. Honderd tot tweehonderd uur per deel... Waar haal ik de tijd vandaan?