Menu

Jan van Dam

1. Kunt u kort iets over uzelf vertellen?
Ik ben in 1955 geboren. Getrouwd en vader van zes kinderen. Ik heb een MULO opleiding gehad en daarna het plan opgevat om verder te studeren voor 'schoolmeester'. Ik had me al aangemeld bij de Driestar, de PABO in Gouda. Na mijn bezoek op de open dag wist ik tegelijk: meester wil ik zéker niet worden! Na mijn schooltijd ben ik op kantoor gaan werken en door middel van avondstudie heb ik extra kennis vergaard. Ik ben jarenlang werkzaam geweest bij een bank, daarna een tijdje in de makelaardij en nu werk ik bij een woningstichting in de verhuur en verkoop van woningen.

2. Hoe bent u tot het schrijven van boeken gekomen?
Ik ben vroeger jarenlang zondagsschoolmeester geweest en sinds een aantal jaren doe ik dat weer. Lezen en vertellen zijn twee van mijn hobby's. Een enkele keer (her)schreef ik ook zelf een kerstverhaal en vertelde dit op de jaarlijkse kerstviering. Toen de kinderen groter werden was het de gewoonte om bijna elke avond, na het eten, een verhaaltje voor te lezen. Mijn favoriete kinderverhalenschrijver is W.G. van de Hulst, een schrijver waarvan ik de boekjes verzamel en ook een indrukwekkende collectie in huis heb.
Er stond eens een oproep in Terdege voor een kinderverhalenwedstrijd. Mijn verhaal Licht in de woestijn won toen de eerste prijs en dit verhaal werd gepubliceerd in Terdege Junior. Na een gesprek werd mij aangeraden een boek te schrijven.

3. Pleegt u diepgaand onderzoek voor u aan een boek begint?
Van jongsaf heb ik interesse voor alles wat er in Rusland gebeurt, zowel over de tsarentijd als tijdens het communisme. Hierover heb ik documentaires gelezen, tijdschriften en internet geraadpleegd en heel veel boeken over Rusland gelezen. Alles mix ik door elkaar en maak er een eigen verhaal van. Sinds het verschijnen van mijn eerste boek heb contact met een Russische dame die mij voor een volgend boek voorziet van bruikbare adviezen. Mijn voorkeur gaat uit naar boeken waarin een stukje geschiedenis in romanvorm wordt verteld. Deze boeken mogen een 'open eind' hebben, zodat de lezer kan reageren: "Hè, hoe loopt het nou verder af?" Dit is ook de opzet van mijn boek "Verloren in het woeste land". De daarin voorkomende Duitse arts die bijzondere operaties verrichtte, heeft écht geleefd!

4. Hoe lang doet u over het schrijven van een boek?
Gemiddeld schrijf ik één hoofdstuk per avond. Dit lijkt misschien veel, maar dan volgt de correctie. Mijn gezin leest met mij mee, geeft adviezen en hanteert het rode potlood ruimschoots. Ook wordt gekeken of het verhaal in de juiste context wordt geplaatst. 'Vrolijk pratende gevangenen in een strafkamp' is bijvoorbeeld haast ondenkbaar. Dat moet dus herschreven worden. Al schrijvend denk ik wel eens dat er een nog een andere gebeurtenis tussen geplaatst kan worden, wat dikwijls heel lastig is. Voordat een boek helemaal is afgerond en gereed om naar de uitgever te worden gestuurd, is er een jaar voorbij.

5. Krijgt u reacties van het lezerspubliek?
Na het trotse gevoel van je eerste 'eigen' boek is het leuk reacties hierop te ontvangen. Deze reacties lopen uiteen. 'Wanneer komt het vervolg, want ik wil weten hoe het verder gaat', of: 'Hoe verzin je het?' of: 'Ik koop voor al mijn kinderen een exemplaar.' Als er leerlingen bellen voor een boekbespreking en mij tegelijk vertellen dat ze het volgende boek zéker zullen kopen, streelt dat mijn schrijversego.